GESCHIEDENIS VAN ONTSTAAN VAN DE KERK GESCHIEDENIS VAN ONTSTAAN VAN DE KERK

Ontstaan en begin van de Gereformeerde Kerk te Klazienaveen

Inleiding.
De Gereformeerde Kerk te Klazienaveen heette bij de instituering op 7 mei 1891 ‘Christelijke Gereformeerde Gemeente te Nieuw-Dordrecht’. In 1892 veranderde de naam in ‘Gereformeerde Kerk te Nieuw-Dordrecht’. Dit werd veroorzaakt door de landelijke fusie tussen de ‘Christelijke Gereformeerde Kerk’ en de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerken’, resp. afkomstig uit Afscheiding en Doleantie. Zo bleef het tot 2 augustus 1939, toen de naam veranderd werd in ‘Gereformeerde Kerk te Klazienaveen’. Over deze kerk enkele bijzonderheden uit de begintijd, waarbij het archief van de Particuliere Synode Drenthe als hoofdbron gebruikt werd.

Het ontstaan van de kerk in 1891.
Het dorp Nieuw-Dordrecht is ontstaan door de ontginning van veengebieden en is gelegen op een zandrug (een uitloper van de Hondsrug). Aanvankelijk was het een lintdorp. Door nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog is er een dorpskern ontwikkeld. De naam van het dorp ontstond doordat het gebied ter ontginning verkocht werd aan de ‘Drentsche Veen- en Midden-Kanaal Maatschappij’, waarvan het hoofdkantoor in Dordrecht gevestigd was.
Al in juni 1889 sprak de provinciale vergadering (particuliere synode) van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Drenthe over het belang van evangelisatiearbeid in de omgeving van Nieuw-Dordrecht, ten zuidoosten van Emmen. Vanuit alle windstreken kwamen namelijk mensen naar dat gebied om te werken in de ontginning van de veengronden. De gereformeerden onder hen gingen op zondag naar de kerk in Nieuw-Amsterdam of naar Emmen. De wegen waren slecht en de afstanden groot, zodat men tussen de twee diensten vaak ‘overbleef’. Vooral ’s winters was de kerkgang moeilijk, zeker voor de bejaarden en de kinderen.
De toenmalige Christelijke gereformeerde kerk te Nieuw-Amsterdam.
Geen wonder dat de classis Coevorden op verzoek van de kerk te Nieuw-Amsterdam aan de particuliere synode ’de stoffelijke en zedelijke steun der provincie’ vroeg, ‘om voor de bewoners der veenstreken onder en achter Nieuw-Dordrecht eene hoogst noodige, meer zelfstandige bearbeiding van het Evangelie te verkrijgen’, dus er een evangelisatiegebouw te stichten. De plannen daarvoor leken gunstig door de financiële steun die door industrieel en grondeigenaar W.A. Scholten uit Groningen was toegezegd. Ook andere grondeigenaren beloofden een terrein en/of financiële steun.

‘Onkerkelijke werkwijze’.
De synode ging echter met de onkerkelijke werkwijze in de streek rond Nieuw-Dordrecht niet akkoord. Men kwam daar namelijk door-de-week bijeen in een particuliere woning, waar een bijbelcolporteur uit Schoonoord voor hen optrad; later ging men preeklezen in de schuur van B. Kwint in Nieuw-Dordrecht, waar de voormalige postbode B. van Marle preken las. Alles gebeurde echter zonder toezicht van een kerkenraad. Volgens sommigen leek het op ‘kerkje spelen’.

Op de volgende particuliere synode, die in juni 1890 gehouden werd, kwam opnieuw een instructie van de classis Coevorden ter tafel. De classis had de gang van zaken in Nieuw-Dordrecht inmiddels rechtgetrokken: de samenkomsten werden in het vervolg geleid door heuse predikanten, vooral door ds. R. Huls (1840-1910) van Nieuw-Amsterdam.

De classis schreef nu: ‘De provinciale synode gelieve den nood der bewoners der veenstreken onder Nieuw-Dordrecht zich aan te trekken en zij sta de classis Koevorden in deze bij met stoffelijke en geestelijke steun’. De synode stemde er nu mee in en besloot bovendien – gezien hebbende wat de classis Coevorden zélf allemaal al aan financiën bijeengebracht had – de andere Drentse classes te vragen de kerken in hun ressort op te wekken voor Nieuw-Dordrecht te collecteren.

En toen ging het snel. In 1891 kwam er voor fl. 2.200 een eenvoudig kerkgebouw aan de Langestraat ‘bij de Dordtschebrug’ in Klazienaveen. En op de kerkenraadsvergadering van Nieuw-Amsterdam van 22 april 1891 kwam het volgende voorstel ter tafel: “Wat de zaak van Nieuw-Dordrecht betreft spreekt de kerkeraad de wens uit dat, gezien de omstandigheden, het nodig is dat er een zelfstandige gemeente wordt gesticht”. De particuliere synode ging ook daarmee akkoord. Zo werd de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Nieuw-Dordrecht op 7 mei 1891 geïnstitueerd (de kerk kreeg aanvankelijk de naam van ‘Nieuw-Dordrecht’ in plaats van ‘Klazienaveen’, omdat een kerkenraadslid de kerk wilde bouwen bij café Lufting op de weg van Klazienaveen naar Nieuw-Dordrecht, hoewel dat niet doorging). Door deze kerkstichting verloor de Kerk van Emmen overigens 154 leden, die bij de nieuwe kerk gingen behoren.

De eerste predikant trad in 1894 aan. Het was ds. J. van der Vlies (1847-1932) van Wyckel (Frl.). Hij bleef drie jaar lang in Nieuw-Dordrecht, want in 1897 vertrok hij naar de kerk te Ottoland.

In februari 1902 werden de provinciale deputaten voor de Evangelisatie door ds. M. Hummelen (1852-1912) van Emmen gewezen op het nabijgelegen dorp Klazienaveen als geschikt arbeidsveld voor de evangelisatie.

Door de heer W.A. Scholten te Groningen (de bekende Groninger industrieel) was daar namelijk een gebouw voor het houden van godsdienstoefeningen gesticht, dat misschien voor de Inwendige Zending (de evangelisatie) gebruikt mocht worden, ‘hetgeen de bevolking hope voor de toekomst biedt’. Besloten werd de kerkenraad van Nieuw-Dordrecht te vragen wat hij ervan vond. De broeders waren enthousiast. Intussen had de classis al besloten ‘op Klazienaveen’ te gaan evangeliseren. De classis zou ook het grootste deel van de kosten voor haar rekening nemen. Maar, beloofden de proivinciale deputaten, ‘zoo de classis onze hulpe meent noodig te hebben, zullen wij ze haar niet onthouden’. Maar in hun Jaarverslag over 1902 moesten de provinciale deputaten melden dat uit onderzoek was gebleken ‘dat er thans weinig kans van slagen zou zijn om te Klazienaveen een post voor Inwendige Zending te vestigen’. Daarna bleef het vooralsnog stil over Klazienaveen.

De kerk van Nieuw-Dordrecht groeide ondertussen flink door, want in 1908 werd het kerkgebouw vergroot met een tweetal zijvleugels en in 1931 werd een toren voor de kerk gebouwd.

De kerk van Nieuw-Dordrecht ging bovendien zélf ook met het evangelisatiewerk aan de slag. Zo lezen we dat in 1917 een begin gemaakt werd met het werk in Zwartemeer, ten oosten van Klazienaveen; dat leidde er toe dat daar op 26 december 1921 daar een zelfstandige Gereformeerde Kerk gesticht werd.

Door het vertrek van ds. M. Post (1885-1978) kwam in Nieuw-Dordrecht echter even een inzinking in het evangelisatiewerk ‘wegens het ontbreken van goede leiding’. Maar met het aantreden van ds. J.A. Verhoog (1884-1954) in 1923 kwam dat weer in orde. Men ging evangeliseren in Zesde Blok (ook Bargeroosterveen genoemd, ten zuiden van Klazienaveen) en in 1927 ook in het gehucht Oranjedorp (ten zuidwesten van Nieuw-Dordrecht en tussen Emmen en Klazienaveen). In 1928 werd een ‘Zendingsvereeniging’ opgericht die het evangelisatiewerk namens de kerkenraad uitvoerde. Ondertussen gingen het zondagsschoolwerk en de lectuurverspreiding door.

In 1936 moest echter door de provinciale deputaten worden geconcludeerd dat (onder andere) de kerk van Nieuw-Dordrecht geen geschikt terrein voor evangelisatie had. Of het evangelisatiewerk in Bargeroosterveen (Zesde Blok) gestaakt werd, wordt verder niet duidelijk.

De Gereformeerde Kerk te Klazienaveen (vanaf 1939).

Eind 1938 kwam men met het voorstel om de naam van de kerk te veranderen in “Gereformeerde Kerk te Klazienaveen” (het dorp dankte haar naam aan de bekende industrieel W.A. Scholten te Groningen, die de plaats destijds vernoemde naar zijn vrouw Klaziena Sluis). Op 2 augustus 1939 werd de naamsverandering een feit. In 1943 werd door de kerkenraad van Klazienaveen Joh. S. de Jong (1906-1983) uit Lemmer als hulppredikant aangesteld, die onder meer het evangelisatiewerk onder zijn hoede nam. Hij bleef er tot mei 1945.
De provinciale Deputaten voor Evangelisatie rapporteerden in 1950 aan de particuliere synode dat ‘uwe deputaten nog stonden voor een vraag betreffende een lokaal, dat te Klazienaveen aan de Molenweg nodig is. Hier is veelbelovende arbeid mogelijk. Hoewel de plannen op de classis nog niet rond zijn willen uw deputaten gaarne van u een machtiging ontvangen om, zo het hun nodig en mogelijk lijkt, voor rente en aflossing er hoogstens fl. 500 voor te geven, al weten zij niet op dit ogenblik, of ze zich garant kunnen stellen dit jaarlijks te doen’. De kerkenraad van Klazienaveen was zelf ook al bezig te zien ‘of niet in een volkrijke buurt, ver van de kerk, een gebouw neergezet kan worden, omdat daar wel mogelijkheden zijn’.
.
De particuliere synode ging akkoord met de financiële ondersteuning. ‘Het blijkt wel een goede en nodige post te zijn’. In juli 1951 werd in Klazienaveen het evangelisatiegebouw geopend, dat in de Molenbuurt (tussen Klazienaveen en Zwartemeer) geplaatst werd.  Het was een houten schoolgebouw dat voordien in Nieuw-Schoonebeek gestaan had en daar sinds 1917 niet meer als zodanig gebruikt was.

De Molenbuurt kwam onder de zorg van de classicale evangelisatiepredikant ds. D. Visch (1908-1981), daarbij geholpen door de evangelisatiecommissie. Behalve bijbellezingen werden vanuit dit centrale punt ook door ds. Visch werkzaamheden ondernomen, die betrekking hadden op gereformeerd maatschappelijk werk en gezinszorg.
Het evangelisatiearchief van de particuliere synode bevat verder geen gegevens meer over deze kerk.

De arbeid te Zesde Blok (Bargeroosterveen).
Al in 1904 was tijdens een deputatenvergadering over evangelisatiewerk in Bargeroosterveen gesproken. Het kwam er toen niet van, maar in 1926 werd door de provinciale deputaten in hun Jaarverslag verheugd opgemerkt, dat de Kerk van Nieuw-Dordrecht haar evangelisatiewerk had uitgebreid tot Bargeroosterveen, ook Zesde Blok genoemd, ‘waar eerlang een gebouw zal verrijzen ten behoeve van dit werk’. De kerk vroeg namelijk aan de particuliere synode van 1928 ‘fl. 600 te leen voor de aankoop van een stuk grond en voor de bouw van een lokaaltje voor de evangelisatiearbeid te Zesde Blok’. De synode keurde dat goed en besloot ‘de gevraagde som te verstrekken tegen vier procent rente, met dien verstande dat genoemde kerkeraad gedurende tien achtereenvolgende jaren voor rente en aflossing fl. 75 per jaar aan de deputaten uitkeere, zoodat na verloop van dien tijd het kapitaal afgelost en de rente betaald is’. Het terrein had de afmeting van ‘drie huisplaatsen’, in totaal 60 are, voor een houten gebouw met stenen fundering. De afmetingen waren tien meter lang en vijf meter breed. De grond kostte fl. 1.500 (‘waarvan het grootste bedrag al bijeengebracht is’) en het gebouw werd begroot op fl. 900 (waarvan dus fl. 600 geleend moest worden van de particuliere synode).

Men ging hard aan het werk: ‘Te Zesde Blok wordt door de Zendingsvereeniging van Nieuw-Dordrecht met veel ijver gewerkt door het houden van zondagsschool met tachtig leerlingen, lectuurverspreiding, huisbezoek, Bijbellezingen met tien tot dertig hoorders en den arbeid eener Meisjesvereeniging met twaalf leden, die aldaar gehouden wordt’. En misschien kon in het evangelisatiegebouw zelfs een bewaarschool (kleuterschool) worden geopend met steun van de ‘Centrale Commissie voor de Opbouw van Drenthe’ en kon daarnáast in de toekomst zelfs een christelijke school verrijzen…!

Bronnen:
Archief Particuliere Synode Drenthe (link) van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Drents Archief, Assen
J.B. ter Horst, 100 jaar Gereformeerde Kerk Klazienaveen. Klazienaveen, 1991
G.J. Kok, ‘Vaak was het ploegen op rotsen…’. De evangelisatiearbeid van de Particuliere Synode Drenthe van de Gereformeerde Kerken in Nederland (1893-01993). Groningen, 2013
© 2017. GereformeerdeKerken.info

terug